E-procurement


E-procurement... of liever niet?

Op het voorjaarsseminar van COMGE stond e-procurement centraal. Karim el Gamal van Ariba, Inc. schetst de ‘key drivers’. Daarna ‘unhypt’ G.H. Teusink (SourceManagement Technology) het onderwerp met kritische kanttekeningen. Bij monde van paradoxiologist Jack van Driel tipt IBM de toekomst van pervasive computing waarmee nu al rekening moet worden gehouden.. Een geheel nieuwe ‘e-marketplace’ is Agro Portal, een initiatief van Rabobank, KPN, LTO-Nederland, de Gezondheidsdienst voor Dieren en Cebeco Groep. Peter Smeets licht de plannen rond Agro Portal toe.  

Fotorapportage van het E procurement seminar 2001

E-procurement: de ‘key drivers’

Karim el Gamal, application engineer van Ariba, Inc

  Zoals bij alle investeringen ligt ook bij e-procurement het accent op de renturn-on-investment. En die ligt volgens Karim el Gamal niet alleen in de besparingen op de inkoopprijzen. Integendeel. Een onderzoek van Gartner Group laat zien dat de échte besparingen elders liggen: op het voorkomen van ad hoc aankopen, het wegnemen van de onbekendheid binnen de organisatie met bestaande inkoopcontracten én op de kosten van voorraden.

Naast op directe kosten levert e-procurement ook besparingen op wat betreft tijd, aldus el Gamal. Die kan oplopen tot 80 procent. Het gaat daarbij vooral om het wegvallen van overleg, het voorkomen van zoekwerk en het snel kunnen vinden van de juiste leveranciers.

Content
Bij de voorbereidingen voor de implementatie van een systeem voor e-procurement speelt een groot aantal factoren mee. Die komen in grote lijnen overeen met die van andere ICT-systemen. Specifiek voor e-procurementsystemen is wat el Gamal noemt het ‘Content & Supplier Risk’. Een belangrijk facet waar in veel gevallen al te gemakkelijk overheen wordt gekeken. El Gamal: “Belangrijk is het je er goed van te overtuigen dat de toeleveranciers kunnen en willen meewerken. Dat lijkt evident, maar blijkt toch vaak achteraf een lastige bottle-neck.”

 e-Business
El Gamal ziet e-procurement als goede basis voor e-business. “Daarom moet er al vanaf het begin rekening worden gehouden met de integratiemogelijkheden. Zo moeten de e-procurementfaciliteiten niet alleen in het eigen ERP-systeem kunnen worden geïntegreerd, maar zonder al te veel ingrepen ook met de achterliggende systemen van willekeurige (toekomstige) toeleveranciers en met – bijvoorbeeld - factureringssystemen. Van groot belang is ook dat een e-procurementsysteem allesomvattend is, dus dient voor de inkoop van zowel goederen als diensten.”

Internet niet voldoende
Internet is voor e-procurement weliswaar een goede infrastructuur, maar is niet voldoende. Het leggen van contacten met toeleveranciers en het beveiligen daarvan is omslachtig. Daarom vindt het meeste B2B e-business verkeer nu nog via vaste verbindingen plaats. Om deze barrière te slechten heeft Ariba het door Webtrust gecertificeerde Ariba Commerce Services Network (ACSN) gecreëerd. Het betreft een ‘hub’ op internet waar inkopende partijen beveiligde contacten kunnen leggen met de aangesloten toeleveranciers.

Global platform
ACSN is er niet alleen voor e-procurement. “E-procurement is één van de processen om met partners te communiceren. Het doel is alle processen die raakvlakken hebben met processen bij de bedrijfspartners via de ‘hub’ te laten verlopen. Daarom is ACSN ontwikkeld als global platform. Het is dus niet alleen geschikt voor producten van Ariba, maar ook voor die van toonaangevende andere partijen in de e-business markt, zoals SAP.” 

To hype or not to hype

 G. Teusink van SourceManagement Technology

  G. Teusink is geen tegenstander van e-procurement. Maar een paar kritische kanttekeningen lijken hem inmiddels wel op zijn plaats. “Mijn ervaringen leren dat er nog nergens enig return-on-investment op e-procurementsystemen is gerealiseerd. Waarom? Onder andere omdat de e-readiness binnen ketens nog veel te laag is. Bovendien heeft 72 procent van de Nederlandse bedrijven geen inkoopplan. Wat moet je dan met e-procurement?”

Oude wijsheid
“E-procurement moet de markt transparanter maken. Dat zou moeten leiden tot prijsconcurrentie. Maar al in 1776 formuleerde de econoom Smith de regel dat een markt die te transparant wordt, zichzelf gaat corrigeren. Je ziet dan ook dat de succesverhalen over e-procurement uitsluitend worden verteld door dominante spelers op de markt.”, aldus Teusink.

 “De goedkoopste manier van inkopen in niét inkopen. Als er een afdeling inkoop is, is het besluit om wél in te kopen al genomen. Externe krachten worden ingehuurd terwijl er intern misschien ook wel iemand is. Het organiseren van dat soort zaken bepaalt de inkoopefficiency. Soms is het al voldoende om alleen de inhoud van de inkoopcontracten met toeleveranciers op het eigen intranet toegankelijk te maken. Dat is goedkoop en in veel gevallen al een hele verbetering. E-procurement komt pas ver daarna.”

 Tegenstelling
Dat e-markten wel tot conflicten moeten leiden, is volgens Teusink duidelijk. De motieven van in- en verkopers staan immers lijnrecht tegenover elkaar. Zo wil de verkoper de markt beheersen, terwijl de inkoper gebaat is bij concurrerende partijen. “Deze tegenstelling betekent dat volledig transparante e-markten nooit vanzelf van de grond zullen komen.”

 Cultuur belangrijk
Teusink constateert ook dat de discussie over e-procurement zich al snel toespitst op IT en content management. “Het is beter eerst eens te kijken naar strategie, organisatie en de bedrijfscultuur.”

 Het is volgens Teusink ook van belang het doel van e-procurement in het oog te houden. “Als geldbesparing het primaire doel is, is de return-on-investment cruciaal. Maar als je het ziet als oefening om later klaar te zijn voor échte e-business, speelt geld een veel minder belangrijke rol.”

Discussie
Onder de toehoorders speelt de vraag hoe de IT-manager moet samenwerken met de afdeling inkoop om de aanwezige inkoopinformatie te ontsluiten. Teusink geeft toe dat die barrière niet zo eenvoudig is te nemen. “Maar ook dat hangt samen met de organisatie. Belangrijkste conclusie is dat e-procurement bewezen heeft technisch te werken, maar wel eerst in de organisatie moet worden geborgd.”

 “Niet aan beginnen, dus?”, is de voorzichtige conclusie van de dagvoorzitter. “Toch wel, maar het hangt ervan af hoe ver de betrokken branche is. De automobielindustrie is verder met e-business dan – bijvoorbeeld – de bancaire sector. Maar houdt bij alles in het oog dat de resultaten van e-procurement meetbaar zijn, en dus ook gemeten moeten worden.”, besluit Teusink.

Pervasive computing

 Jack van Driel, paradoxiologist van IBM

 “De e-world kent veel tegenstellingen. Vandaar de betiteling van mijn functie.”, zo introduceert Jack van Driel zich. Hij schetst de implicaties van pervasive computing: de alomtegenwoordige chip.

 “De auto is de eerste pervasive computer die door iedereen als vanzelfsprekend wordt gebruikt. Geavanceerde elektronica maakt niet alleen de auto’s comfortabeler, maar biedt ook nieuwe marketingmogelijkheden. Zo wilde Cadillac de S-klasse Mercedes verslaan. Prijsstunten is voor deze afnemerscategorie zinloos. Groter en sterker maken ook. Zij zochten het in Customer Care, en breidden de pervasive computers in de auto uit met geruststellende faciliteiten. Als de airbags worden geactiveerd, wordt 1-1-2 automatisch ingeseind en op de hoogte gebracht van de positie van de auto. Ook tussen servicebeurten optredende onvolkomenheden aan de auto worden gemeld en zo mogelijk op afstand opgelost.”, aldus Van Driel.

 

Overwinning geeft te denken
De computer heeft zich als vanzelfsprekend in de samenleving genesteld. De overwinning van de schaakcomputer Deep Blue op grootmeester Kasparov gaf voor het eerst te denken: het menselijk brein werd ogenschijnlijk geëvenaard. Van Driel: “Maar elektronisch schaken betekent tot op heden niet meer dan het doorrekenen van miljoenen mogelijkheden om de beste daarvan te kiezen. Er is geen sprake van strategie. Voor beslissingen op menselijk niveau zijn computers nodig die werken met een snelheid van 10.000 teraflop. De statistieken leren wél dat die snelheid binnen afzienbare tijd is bereikt.”

 

Problemen
De ‘pervasive computer’ is er over tien jaar. Daarvan is Van Driel overtuigd. Maar systeemmanagers ontbreken, zo kan iedereen becijferen. “Daarom wordt veel aandacht besteed aan ‘self-managed’ en ‘self-healing’ systemen.” Een ander probleem is de energievoorziening ‘at any place, any time’. Van Driel: “En die wordt belangrijk. Want communicatienetwerken zoals UMTS beloven hoge snelheden. Maar niemand vertelt erbij dat met die snelheden de batterij van je mobieltje in een paar seconden leeg is. De oplossing ligt niet in de techniek, maar in creativiteit. Denkers over dit onderwerp constateren dat onze voeten tijdens het lopen voortdurend vervormen. Een paar piëzo-elektrische kristallen op de juiste plaats zouden voldoende energie kunnen leveren om ons persoonlijke informatiesysteem te voeden. Ook onze hersenen dissiperen warmte, en dus energie. Om dat te benutten ben je wel veroordeeld tot een weinig modieuze badmuts. Een ander voorstel beschrijft een dynamo in de polsslagader. Of het wat wordt is de vraag, maar mogelijkheden te over. Je kunt er wel van uitgaan dat over 15 jaar alle energie voor personal computing uit ons eigen lichaam komt.”

Emotie en sieraden
De pervasive computer zal zich op ons lichaam nestelen en rekening houden met onze emoties. Sieraden met Bluetooth-technologie spelen daarin een belangrijke rol. Van Driel: “Een dasspeld als microfoon, de pootjes van de bril als oortelefoon. Een ring met ingebouwde wheelmouse en een beeldschermpje in het brillenglas geïntegreerd. Een armband meet tijdens het surfen de beweegsnelheid, bloeddruk en huidvochtigheid om de emotie vast te stellen. Deze ‘Emotion Mouse’ bestaat nu al. Tijdens elektronische cursussen wordt daarmee bepaald of de cursist het werkelijk begrijpt of naar het juiste antwoord maar een slag slaat.”

 Naast het schetsen van hetgeen nu al mogelijk is, wil Van Driel met zijn presentatie vooral aangeven waarmee in de nabije toekomst gerekend moet worden: “Houd deze ontwikkelingen bij het bedenken van systemen nu al in het oog. Dat voorkomt verrassingen in de toekomst.”

 

Agro Portal: bedrijfsvoering centraal

Peter Smeets, directeur communicatie van Cebeco Groep


Vijf grote belanghebbenden in de Nederlandse agrarische wereld, Cebeco Groep, LTO-Nederland, Rabobank, KPN en Gezondheids-dienst voor Dieren, namen eind vorig jaar de beslissing om de opzet van een gezamenlijk Internet-initiatief te onderzoeken. Het Agro Portal moet een bijdrage leveren aan een verbeterde bedrijfsvoering voor boeren en tuinders. 




 

Hit Counter