Functie van de ICT Manager.
IT-management: IT of management?
Is
IT-management in één model te ‘vangen’? Het IT-adviesbureau Mitopics heeft
daarvoor na een jarenlange studie de basis gelegd. Mitopics-directeur Reinold
van Bruggen brengt de discussie over dit onderwerp tijdens de COMGE-bijeenkomst
op 5 oktober snel op gang. De aanwezige IT-managers hebben uiteenlopende visies
op kernpunten, zo blijkt, en iedere IT-afdeling zijn eigen specifieke
karaktertrekjes. Het plaatsen in een vakje binnen een model is daarmee geen
sinecure.
Allereerst probeert Van Bruggen te komen tot een gezamenlijke definitie van IT-management. De formulering: “ITM is het verrichten van activiteiten gericht op beheersing en verbetering van IT-contributie aan de bedrijfsdoelstellingen.”, wordt algemeen geaccepteerd. Van de andere zijde van de discussietafel klinkt een wat praktischer variant: “De cirkel ‘rond’ houden, dus zorgen voor een oplossing nog voor er een probleem ontstaat. Dan hoef je niet van brand naar brand te rennen.”
Nadat het vak van IT-manager is bestempeld als ‘relatiebeheerder’, ‘bruggenbouwer’, en ook als: ‘eigenlijk een hondenbaan’, suggereert Van Bruggen eens van onderaf te beginnen. “We starten helemaal opnieuw als IT-manager bij een chocoladefabriek. Hoe zetten we dat op? Wat zien we als de functie van de IT-manager?”
Geen boek
Vanuit de zaal: “Het is zinloos om over IT-management te spreken
als je het bedrijf niet kent. Specifieke processen spelen een rol, de
infrastructuur moet daarop worden aangepast. Dat is ook gelijk de reden dat er
geen boek is waarin IT-management staat beschreven. Dat zal er ook nooit komen.
In een nieuwe functie moet je zorgen de infrastructuur en processen op elkaar
aangesloten blijven. Dat is overal anders.”
De definitie van IT-management waar Van Bruggen op uit is, doet een nieuwe discussie ontstaan. “De ICT-manager moet méér doen dan is afgesproken. Van buitenaf komen ideeën en de technologie neemt toe. Je moet vooraf zorgen de zaken zó te regelen dat je al die nieuwe zaken kunt invullen zonder de noodzaak de hele infrastructuur aan te passen.”
De discussie verplaatst zich naar de strategische IT-planning. “Onzin”, is een eerste reactie. “Je kunt immers nauwelijks vooruit kijken.” Een andere visie daarop: “Misschien niet. Maar hoe vaker je naar je bewegende doel kijkt, hoe groter de kans dat je de juiste koers houdt.”
Scheef
De IT-afdeling is onderdeel van een geheel. Dat schept verplichtingen, óók bij
andere managers in de organisatie. “Je moet tot stand brengen dat de
organisatie gaat ‘trekken’ aan ICT. Zodra de situatie ontstaat dat andere
managers stellen: ‘ík heb geen verstand van ICT, dat zou jíj toch
regelen’, zit je scheef.
Van Bruggen brengt het IT-management ‘Wiel’ ter tafel (zie figuur), één van de resultaten van de onderzoekingen van Mitopics. Een werkbaar model, waarmee de aanwezigen beslist aan de slag willen. Maar er wordt wel een aantal essentiële punten gemist, waaronder communicatie en overleg, vendor management en verandermanagement. Van Bruggen: “Niet alle facetten van – bijvoorbeeld – internationale IT-afdelingen zijn opgenomen. Je kunt wel volgens het model per afdeling te werk gaan en dat vervolgens doorzetten voor het geheel.”
Stellingen
Van Bruggen besluit met een aantal stellingen. Zo poneert hij dat de “M” in
ITM steeds belangrijker wordt. “Vroeger was je een wonderkind als alles
werkte. Maar die romantiek is er af. Je koopt steeds meer in en stelt je
facilitair op. Minder pioniersgeest en meer management.”, stemt men vanuit de
zaal in.
Een andere stelling van Van Bruggen betreft het weinig expliciete karakter van IT-management. Ook die vindt bijval: “Wat een HRM-manager doet is aan iedereen wel zo’n beetje bekend. Voor ICT geldt dat inderdaad veel minder.”
De algemene conclusie van de discussie is dat méér ordening in de ICT zeker interessant is. Het ‘Wiel’ kan daaraan mogelijk bijdragen. “We willen de meerwaarde ervan in onze dagelijkse praktijk best eens vaststellen, om daar misschien in een volgende bijeenkomst met onze eigen ervaringen op terug te komen.”, concluderen de aanwezigen.