Offshore Development
Babylonische spraakverwarring of succesfactor voor risico- en kostenbeheersing?
Lagelonenlanden zijn in trek. En niet alleen voor de productie van kleding, sportschoenen en elektronica. Want ook intellectuele arbeid kan er uitstekend worden uitbesteed. Tijdens de Comge-bijeenkomst van 25 september licht Robert Harreman van Yellowtail de mogelijkheden toe. Zijn betoog richt zich op offshore softwareontwikkeling. Maar creatieve denkers zien al snel de mogelijkheden van het offshore outsourcen van tal van andere bedrijfsprocessen.
“Incompetentie loont”, geeft Harreman de aftrap. “Een bioloog die in enkele weken is omgeschoold tot Javaprogrammeur, wordt voor een riant bedrag per uur ‘weggezet’. Hoe meer uren die schrijft, des te luider rinkelt de kassa. En de leverancier die zich bij zijn offerte het meest ‘vergist’, krijgt de opdracht. Eerst binnenkomen, daarna verdienen, dat is de praktijk.”
Een wellicht wat gechargeerde opening. Maar slinkende budgetten dwingen er toe de kosten van softwareontwikkeling scherp in het oog te houden. De IT-manager manoeuvreert daarbij als een soort kop van Jut tussen diverse partijen, concludeert Harreman.
Discussie
De aanwezigen aan tafel herkennen het probleem. Maar er zijn meer redenen waardoor grote softwareontwikkelingsprojecten mislopen. “Andere gevaren liggen bij lijnmanagers die ergens een standaardpakket hebben gezien en het gebruik daarvan doordrukken. En bij gebruikers die niet weten wat ze willen. Met het gevaar van de ‘scope creep’: het sluipend tussentijds wijzigen van de wensen.
Te weinig profijt van IT
Harreman: “Het gevolg hiervan? Er wordt te weinig geprofiteerd van IT als middel voor omzetgroei en efficiencyverbetering. Bij een aantrekkende economie funest. Daarom is offshore development van belang. Want de kostenbesparingen belopen zo’n 25 tot 50 procent. Daarmee kunnen ontwikkelprojecten die nu in de ijskast staan, ineens wél uitvoerbaar blijken te zijn, waarbij eenzelfde of zelfs betere kwaliteit is gewaarborgd dan bij onshore development.”
Waar liggen de grenzen?
Een aantal ontwikkelactiviteiten moeten beslist hier in Nederland plaatsvinden, stelt Harreman. “Maar het technisch ontwerp en het ontwikkelen en testen van software en zaken zoals code/versiecontrole, release management, het wegnemen van bugs en het aanbrengen en beheren van verbeteringen in bestaande software kunnen in potentie offshore worden uitbesteed. Dat betekent niets minder dan dat gemiddeld 55% van alle activiteiten die er gedurende de levenscyclus van software worden verricht, voor offshore development in aanmerking komt.”
Evolutie
Gedurende zijn loopbaan bij Ernst & Young implementeerde Harreman onder andere een software development center in Kaapstad. Daar werken inmiddels ruim veertig Microsoft- en Javaontwikkelaars. Hij raakte er onder de indruk van het niveau en de kwaliteit van de Zuid-Afrikaanse developers. Inmiddels is hij partner bij Yellowtail, waar hij de in Zuid-Afrika opgedane ervaringen inzet voor offshore outsourcing van ontwikkelprojecten voor klanten.
Harreman: “Softwareontwikkeling heeft zich in de loop der jaren ontwikkeld van contracten met buitenlandse ontwikkelaars die hun werkzaamheden onshore verrichten, via pure offshore projecten tot compleet geoutilleerde offshore ontwikkelcentra. Het nieuwste model, cross border collaborative services delivery, is eigenlijk het enige dat levensvatbaar is.”
Harreman laat tot besluit een aantal kritische succesfactoren de revue passeren. Die liggen zowel onshore als offshore. “Je moet je allereerst afvragen of de eigen organisatie er klaar voor is. Of het bestuur principieel instemt met het inzetten van medewerkers uit lagelonenlanden, en het eens is met de politieke stromingen in de geselecteerde regio. Daarnaast moet je de juiste partij kiezen. Heeft die offshore voldoende capaciteit en een uitgekristalliseerde visie wat betreft aanpak en organisatie? En is er een voedingsbodem voor de lange termijn of wordt – bijvoorbeeld - tijdelijk alleen ‘het zitbankje’ leeggemaakt? En: bepaal het land van outsourcing zorgvuldig. Niet alleen wat betreft kwaliteit en politiek, maar ook wat betreft cultuur en tijdzone.”